Artikel WISC-V-NL door Renske Beltman

 In Artikelen

WISC-V-NL

Algemeen

De WISC-V-NL is een instrument om middels individuele testafname de cognitieve capaciteiten in kaart te brengen bij kinderen van 6 tot en met 16 jaar. De WISC-V-NL bestaat uit veertien subtests, waarvan er zeven het Totaal IQ (TIQ) bepalen. Met de overige subtests bepaal je aanvullende indexscores, naar het Cattel-Horn-Cattel (CHC) model. Dit model is een theoretisch en empirisch ondersteund model dat gehanteerd kan worden bij de interpretatie van tests met betrekking tot intelligentie en cognitieve vaardigheden. Het model werd in de VVP-nieuwsbrief van mei 2016 al eens uitgelicht. [R en/of P1] De traditionele IQ-indeling met een verbale en performale schaal is daarmee dus vervangen. De WISC-V is al enige tijd verkrijgbaar, maar nog niet door de COTAN beoordeeld en nog niet toegestaan voor het indiceren van praktijkonderwijs of leerwegondersteuning.

Samenstelling van de test

De WISC-V-NL bevalt vijf primaire en vijf secundaire indexen. De primaire indexen (totale schaal) zijn verbaal begrip, visueel ruimtelijk, fluid redeneren, werkgeheugen en verwerkingssnelheid. De secundaire indexen: kwantitatief redeneren, auditief werkgeheugen, non verbaal, algemene vaardigheid en cognitieve competentie.

Subtests

Blokpatronen, Overeenkomsten, Matrix redeneren, Cijferreeksen, Substitutie, Woordkennis, Gewichten, Figuur samenstellen, Plaatjesreeksen, Symbool zoeken, Cijfers en letters nazeggen, Figuur zoeken, Begrijpen, Rekenen

(uitgeverij Pearson, door auteur D. Wechsler en Nederlandse bewerkers Marc P.H. Hendriks en Selma Ruiter.)

Wat is er nieuw?

Sjoerd Pieters en Mirjam van der Zee (beiden psycholoog bij Pearson) geven aan dat de WISC-V-NL beter aansluit bij de intellectuele ontwikkeling en een grotere gebruiksvriendelijkheid kent ten opzichte van de WISC-III-NL. “Subtests die ook in de WISC-III-NL voorkwamen bevatten zoveel mogelijk nieuwe items, regels zijn zoveel mogelijk geüniformeerd tussen subtests en afbreekregels zijn zo kort mogelijk gehouden”. Dit houdt bijvoorbeeld in dat bij verbale taken voortaan altijd wordt doorgevraagd indien een 0- of 1-puntsantwoord wordt gegeven en dat er altijd feedback wordt gegeven bij de twee instapitems om het begrip van de taak te vergroten. Om meer informatie over het functioneren van het kind uit de subtest te verkrijgen, zijn er ook processcores toegevoegd. Bijvoorbeeld een score zonder tijdsbonus en een deelscore van alle juist gelegde blokken op de subtest Blokpatronen.

CHC-model

De WISC-V-NL heeft een dekking van 6 van de 8 brede cognitieve factoren uit het CHC-model. “Het klopt dat niet alle factoren van het CHC-model met de WISC-V-NL zijn te meten, maar dit is ook niet de pretentie. Het doel van de test is om in zo’n kort mogelijke tijd een zo goed mogelijk beeld van de algemene cognitieve capaciteiten te verkrijgen.”

Bij afname van de zeven subtests die nodig zijn voor het bepalen van het TIQ, wordt alleen een totale IQ-score berekend. Mocht een meer gedifferentieerd beeld nodig zijn, dan is het aan te raden om nog drie extra subtests af te nemen, zodat ook alle vijf primaire indexscores berekend kunnen worden. Hiermee wordt meer inzicht in sterktes en zwaktes binnen het intelligentieprofiel verkregen.

Digitaal

De tien primaire subtests van de WISC-V-NL kunnen volledig digitaal worden afgenomen met twee iPads en een set blokpatronen. Daarnaast kan dit instrument ook met pen en papier en de set materialen worden afgenomen. “De verwachting is dat de digitale testafname de traditionele pen en papier afname steeds meer zal vervangen. Er zullen steeds meer tests digitaal beschikbaar komen, hierdoor heeft een diagnosticus sneller en gemakkelijker toegang tot een groeiende testbibliotheek.”

Het scoren verloopt via Pearson’s digitale platform Q-global. “Vanwege de nieuwe indeling van de WISC-V-NL in vijf primaire indexen, kost het handmatig berekenen van alle primaire scores relatief veel tijd. Bovendien kan er bij handmatige berekeningen gemakkelijk een rekenfout insluipen”.

Tijd- en cultuurverschillen

Er is geprobeerd zo min mogelijk tijds- of cultuurgebonden items te ontwikkelen. “Er is hier bij het ontwikkelen van de test heel bewust mee omgegaan: zo is bijvoorbeeld het item: ‘Wat moet je doen als je een portemonnee vindt’ niet opgenomen, gezien de ontwikkelingen op het gebied van contactloos betalen. Maar niet alle toekomstige ontwikkelingen kunnen worden voorspeld”.

Na het verschijnen van de WISC-V-NL kwamen er al snel reacties van gebruikers. Door de vele vragen naar gewenst gedrag in de subtest Begrijpen vreesden enkelen voor weerstand bij afnames in bijvoorbeeld een jeugdzorgsetting. De psychologen van Pearson geven hierover aan dat de inhoud van de test volledig is aangepast aan Nederland. “De subtest Begrijpen is een aanvullende subtest. Als een diagnosticus van mening is dat deze subtest niet geschikt is voor een specifieke doelgroep, levert dit dus geen problemen op.”

De vormgeving, afname- en scoringsregels van het instrument komen overeen met bijvoorbeeld de WAIS-IV-NL en de WPPSI. Dit heeft volgens uitgever Pearson als doel om een goede vergelijking over de jaren mogelijk te maken voor cliënten in de leeftijd van 2,5 tot 85 jaar.

Praat mee

Gebruik jij de WISC-V-NL al? Of kies je juist bewust voor een ander instrument? We zijn benieuwd naar jouw ervaringen. Praat hierover na op het VVP-forum of via LinkedIn. Klik hier voor meer informatie over de WISC-V-NL.

 

Recent Posts