Beroepscode

Beroepsethiek en beroepscode

Uitgangspunt van een beroepscode is de noodzaak om eisen, richtlijnen en gedragsregels te formuleren, waaraan het beroepsmatig handelen van de hulpverlener dient te voldoen. Een beroepscode als geheel steunt op de volgende vier ethische basisprincipes:
• integriteit
• respect
• deskundigheid
• verantwoordelijkheid
De beroepscode is een hulpmiddel om de ethische afweging die gemaakt moet worden, te expliciteren om zodoende tot een verantwoorde eigen keuze te komen. De concrete invulling van deze afspraken met betrekking tot de zogenaamde beroepsethiek van psychologen en pedagogen ligt bij de beroepsverenigingen.
Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen (NVO) en de Beroepsvereniging voor Orthopedagogen en Klinisch Pedagogen met een Academische opleiding (BOKA) hanteren een beroepscode waaraan de leden zich dienen te houden. In de beroepscode wordt ook de klachtenprocedure uiteengezet waarmee handhaving wordt geconcretiseerd.
In artikel 34 van de Beroepscode voor Psychologen (2015) staat vermeld dat de psycholoog verantwoordelijkheid draagt voor de professionele en ethische kwaliteit van degenen die onder zijn leiding meerwerken aan de uitvoering van zijn opdrachten. De VVP heeft een aparte, afgeleide beroepscode opgesteld waaraan leden zich dienen te houden. Met het lidmaatschap verbindt de psychodiagnostisch werkende zich aan deze beroepscode (artikel 26).

Naast de beroepscode kent het NIP ook de Algemene Standaard Testgebruik AST-NIP 2017. Deze Standaard geeft weer waaraan degenen die testen afneemt, zich dienen te houden bij het afnemen van testen, en onder welke condities testen afgenomen mogen worden. Daarnaast wordt in deze Standaard aangegeven hoe, aan wie en onder welke voorwaarden er gerapporteerd mag worden en aan welke eisen deze rapportage dient te voldoen.

BEROEPSCODE VOOR DE PSYCHODIAGNOSTISCH WERKENDE,
die lid is van de VERENIGING VOOR PSYCHODIAGNOSTISCH WERKENDEN (VVP)

  • Omschrijvingen:
    Psychologisch-pedagogisch assistent (PPA) – MBO- of MBO -niveau: Deze verricht gestandaardiseerd, individueel of groepsgewijs psychodiagnostisch onderzoek, observeert tijdens het onderzoek, verwerkt de testresultaten en stelt een onderzoeksverslag op.
  • Psychologisch medewerker/Psychodiagnostisch Werker (PDW) – HBO- of HBO -niveau (oa HBO Toegepaste Psychologie):
    Deze verricht zelfstandig psychodiagnostisch onderzoek, verwerkt en interpreteert de resultaten, formuleert (deel-)conclusies en stelt de eindrapportage op; evalueert de onderzoeksgegevens met de verantwoordelijke psycholoog/(ortho)pedagoog (met diagnostiekaantekening). Voorts verricht deze uit de functie voortvloeiende, instellingsgebonden activiteiten als het uitvoeren van uiteenlopende werkzaamheden zoals psycho-educatie, training, behandeling en begeleiding, assisteren bij verschillende vormen van therapie, uitvoeren van ontwikkelingsprogramma’s en vormingsactiviteiten, deelnemen aan VTO, verzorgen van hometraining, deelnemen aan patiëntbesprekingen, voeren van intake- en uitslaggesprekken, enz.N.B.: Waar in deze beroepscode sprake is van hij, dient ook zij gelezen te worden.

 

ALGEMEEN:
De houding van de hiervoor genoemde functionarissen ten opzichte van de cliënt dient te zijn gebaseerd op eerbiediging van diens persoon en zijn levensbeschouwelijke overtuiging.
De houding ten opzichte van de gedragswetenschapper wordt gekenmerkt door persoonlijk contact wederzijds respect. Dit krijgt vorm in overleg op het gebied van vaktechnische inzichten en opvattingen.

Artikel 1
Elk lid van de VVP dat het beroep TA, PPA, PA, PM, TP of PDW uitoefent, doet dit op basis van zijn opleiding tot dit beroep aan een door de VVP erkend instituut, of volgens de richtlijnen van de statuten artikel 4, en doet dit in overeenstemming met de normen die aan het werk van een TA, PA, PPA, TP of PDW worden gesteld. Hij doet dit volgens de in deze beroepscode vastgestelde beroepsethische normen.

Artikel 2
De psychodiagnostisch werkende TA, PPA, PA, TP of PDW (hierna te noemen VVP-lid) ziet erop toe dat hij zijn functie op een uit hoofde van zijn beroep verantwoorde wijze uitoefent, binnen de bevoegdheden waartoe hij is opgeleid en binnen de kaders van zijn taakstelling. Werkzaamheden die het VVP-lid in conflict zouden brengen met de rol die hij in zijn functie heeft te vervullen of in conflict zouden brengen met de beroepscode, en werkzaamheden waarvoor hij bekwaamheden mist, zal het VVP-lid niet aanvaarden.

Artikel 3
Het VVP-lid dat in verband met zijn beroepssituatie over vertrouwelijke gegevens beschikt, is verplicht tot geheimhouding daarvan. Alleen met vakgenoten of collega’s van het behandel- i.c. begeleidingsteam wordt het beroepsmatig handelen besproken met het oog op een verantwoord handelen.

Artikel 4
Het VVP-lid draagt er zorg voor dat opdrachtgevers en cliënten adequaat geïnformeerd worden over de gedragsregels waaraan het VVP-lid zich gebonden acht.

Artikel 5
Het VVP-lid dient zijn professioneel handelen primair aan deze code te toetsen en zich in twijfelgevallen te wenden tot het bestuur van de VVP.

Artikel 6
Het VVP-lid voert het psychodiagnostisch onderzoek uit op basis van vrijwillige deelname van de cliënt of diens wettige vertegenwoordiger, tenzij de opdracht tot het onderzoek is verstrekt op basis van een publiekrechtelijke taak hem bij of krachtens de wet gegeven. Deelname aan psychodiagnostisch onderzoek in het kader van selectie- en screeningsprocedures wordt geacht te geschieden met impliciete toestemming.

Artikel 7
Het VVP-lid dient zich ervan te verzekeren dat de cliënt zo volledig mogelijk geïnformeerd is i.c. wordt over de inhoud, omvang, doelstelling en mogelijkheden en grenzen van het psychodiagnostisch, alsmede over de resultaten van het onderzoek en de mogelijkheden tot hulpverlening. Dit alles in overleg met de verantwoordelijke gedragswetenschapper en binnen de bevoegdheden waartoe hij is opgeleid en binnen de kaders van zijn taakstelling.

Artikel 8
Het VVP-lid zal omtrent de persoon van de cliënt, zijn omgeving en omstandigheden slechts gegevens verzamelen voor zover deze relevant zijn voor de doelstelling van het onderzoek.Verkregen data dienen geanonimiseerd te worden en met inachtneming van ethische regels te worden gebruikt.

Artikel 9
Het VVP-lid is tot geheimhouding verplicht van alle vertrouwelijke gegevens die hem over de cliënt bekend geworden zijn. Deze plicht wordt, in overleg met de verantwoordelijke gedragswetenschapper, slechts opgeheven door schriftelijke toestemming van de cliënt of diens wettige vertegenwoordiger.

Artikel 10
Indien ter wille van de hulpvraag of de probleemstelling wordt samengewerkt met anderen, zal VVP-lid, in overleg met de verantwoordelijke gedragswetenschapper, aan hen gegevens verstrekken, echter niet zonder de schriftelijke toestemming van de cliënt of diens wettige vertegenwoordiger.

Artikel 11
Gegevens omtrent een cliënt mogen zonder diens toestemming slechts aan anderen worden verstrekt ten behoeve van research of opleidingsdoeleinden. In deze gevallen dient aan strikte voorwaarden te worden voldaan om de anonimiteit van de cliënt te waarborgen.

Artikel 12
Indien het VVP-lid wettelijk wordt opgeroepen als getuige, zal het VVP-lid zich maximaal inspannen om binnen het kader van de mogelijkheden die de Nederlandse wet biedt, gebruik te maken van zijn zwijgplicht ten aanzien van hetgeen hem in het kader van zijn beroepsuitoefening ter kennis is gekomen.

 

DE VERHOUDING TOT ANDEREN:
Artikel 13
Het VVP-lid dient tot samenwerking met anderen bereid te zijn. Hij kan zich zelfstandig vestigen en dient daarbij zelf zorg te dragen voor de noodzakelijke (gedrags)wetenschappelijke eindverantwoordelijkheid. Kortom, Artikel 14 dient in acht genomen te worden daar waar men ervoor kiest voor zelfstandig ondernemerschap Het VVP- lid draagt een eigen verantwoordelijkheid over zijn professioneel handelen overeenkomstig artikel 1 en 2 van de beroepscode.

Artikel 14
Het VVP-lid doet van zijn beroepshandelingen en zijn bevindingen zodanig verslag dat een daartoe bevoegde gedragswetenschapper in de gelegenheid is tot een wetenschappelijke verantwoorde conclusie te komen en zijn eindverantwoordelijkheid ten aanzien van de cliënt te dragen.

Artikel 15
Wanneer het VVP-lid samenwerkt met deskundigen van andere disciplines, wordt zijn relatie met deze deskundigen bepaald door het doel waarvoor de samenwerking tot stand wordt gebracht.
Hierbij heeft het VVP-lid de plicht om in teamverband duidelijk aan te geven wat naar zijn opvatting psychodiagnostisch relevant is in het interdisciplinaire probleem.

Artikel 16
Het VVP-lid dient bereid te zijn, zijn vaktechnische inzichten en ervaring als psychodiagnostisch werkende ten dienste te stellen van collega’s en eveneens zijn eigen opvatting aan die van hen te toetsen.

Artikel 17
De relatie van het VVP-lid tot zijn vakgenoten en tot deskundigen van andere disciplines is gebaseerd op collegialiteit.

 

HET BEHEER VAN PSYCHOLOGISCHE GEGEVENS, RAPPORTEN EN DOSSIERS:
Artikel 18
Rapporten moeten duidelijk en zakelijk zijn en mogen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn opgesteld met medeweten van de cliënt of diens wettige vertegenwoordiger.
Bij rapporteren aan derden verstrekt het VVP-lid slechts die informatie die voor de beantwoording van de vraagstelling van direct belang is, duidelijk en met indicatie van de reikwijdte van het advies.

Artikel 19
Op verzoek van de cliënt of diens wettige vertegenwoordiger geeft het VVP-lid deze inzage in zijn dossier en rapportage, na toestemming van de rapporteur(s). Dit alles binnen de bevoegdheden waartoe hij is opgeleid en binnen de kaders van zijn taakstelling. Daarbij voorschriften in acht nemend die van toepassing zijn; zoals het schriftelijk aanvragen van kopieën van dossierstukken door de cliënt. Daarbij dient men bewust te zijn van het feit dat alle materialen die gebruikt zijn bij het psychologisch onderzoek deel uitmaken van het dossier.

Artikel 20
Het VVP-lid is mede verantwoordelijk voor het zorgvuldig opslaan en beheren van de gegevens van een cliënt.

Artikel 21
Indien het VVP-lid de gegevens van een cliënt wil gebruiken anders dan in het kader van research of opleidingsdoeleinden, dient hij de cliënt of diens wettige vertegenwoordiger om toestemming te vragen en dit op schrift vast te leggen voorzien van ondertekening door de cliënt.

Artikel 22
Het VVP-lid dient zich ervan te verzekeren dat de cliënt op de hoogte is i.c. wordt gebracht dat de geldigheid van de in het rapport vastgelegde gegevens en bevindingen van beperkte duur zijn, met name indien zich belangrijke wijzigingen in de situatie en/of de vraagstelling van de cliënt voordoen. Richtlijn hierbij is dat een intelligentiemeting een geldigheidsduur heeft van twee kalenderjaren en persoonlijkheidsonderzoek van één kalenderjaar.

 

PROFESSIONALISERING:
Artikel 23
Het VVP-lid streeft ernaar het aanzien van zijn vak te bevorderen door op integere wijze zijn beroep uit te oefenen.

Artikel 24
Het VVP-lid zal ernaar streven de ontwikkeling van zijn vak te bevorderen en hij zal zich steeds op de hoogte stellen van nieuwe ontwikkelingen op zijn vakgebied.

 

HET VVP-LID EN HET VVP-LIDMAATSCHAP:
Artikel 25
Het VVP-lid aanvaardt op grond van zijn lidmaatschap van de VVP de verplichtingen die hieruit voortvloeien. Het aanvaarden van het lidmaatschap van de VVP houdt in het aanvaarden van de beroepscode.

Artikel 26
Indien er twijfel is of een lid van de VVP zich al dan niet houdt aan de verplichtingen van deze beroepscode, richt de bezwaarde zich tot het bestuur van de vereniging (eventueel tot een daartoe ingestelde commissie). Het bestuur (de commissie) onderzoekt de klacht. Acht het bestuur deze gegrond, dan kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

  • Een schrijven wordt gericht aan het lid waartegen de klacht is gericht en waarin wordt gewezen op het ongewenste (onjuiste) van de handeling waarop de klacht betrekking heeft. De klager ontvangt hiervan een afschrift.
  • Is betrokkene naar het oordeel van het bestuur (de commissie) ernstig in gebreke, dan zijn de artikelen 6 en 7 van de statuten van toepassing.