Definitieve regelgeving DBC-Tabel

DEFINITIEVE REGELGEVING DBC TABEL

vrijdag, 14 juli 2017

De NZa heeft de definitieve regelgeving bekend gemaakt. Op 06-07-2017 heeft de NZa het volgende bericht op hun website geplaatst:

“NZa richt vizier op samenwerking in ggz
De NZa houdt in de regelgeving en tarieven rekening met de toekomst van de ggz. Bij de veranderingen die we in de regelgeving doorvoeren, kijken we vooruit naar het nieuwe model voor de bekostiging van de ggz dat we in samenspraak met veldpartijen ontwikkelen.
We breiden de lijst met beroepen die tijd mogen schijven in 2018 uit. Ook ondersteunende beroepen kunnen voortaan de tijd schrijven die zij aan de behandeling van een patiënt besteden. We nemen hiermee een beperking weg, zodat de tijd van ondersteuners zichtbaar wordt in de geregistreerde zorg.
Deze tijd telt niet mee in de afleiding naar de zorg die gedeclareerd kan worden. Dat is wel het geval bij de al bestaande tijdschrijvende beroepen. De NZa neemt de extra gegevens wel mee in de ontwikkeling van het nieuwe model voor de bekostiging van de ggz, dat in 2020 ingaat.
De NZa indexeert de tarieven voor 2018, zij worden niet herijkt. Daarmee willen we rust creëren in de ggz, en ons volop inzetten voor de ontwikkeling van het nieuwe bekostigingsmodel. Er is onvoldoende draagvlak in de sector om de tarieven nu aan te passen op basis van het kostenonderzoek dat de NZa heeft gedaan. Bovendien moet een deel van de uitkomsten van het kostenonderzoek nog gevalideerd worden. We gebruiken de gegevens wel bij de onderbouwing van de tarieven in de nieuwe productstructuur.”
In de Vaststelling regelgeving ggz en fz 2018 werkt de NZa de regelgeving verder uit. De NZa schrijft het volgende:
“Beroepentabel (g-ggz, gb-ggz en fz)
Op dit moment worden tijdschrijvende- en ondersteunende beroepen onderscheiden. Voor ondersteunende beroepen geldt dat ze geen tijd mogen schrijven. De vergoeding voor de tijd van de ondersteunende beroepen is meegenomen in een opslag per dbc-zorgproduct. Met ingang van 2018 wordt het ook voor de ondersteunende beroepen mogelijk om tijd te schrijven. Deze tijd telt echter niet mee in de afleiding naar een prestatie en wordt ook niet zichtbaar op de factuur. Dit betekent concreet dat per 2018 onderscheid wordt gemaakt tussen tijdschrijvende beroepen waarvan de tijd wel meetelt in de afleiding naar zorgproducten en tijdschrijvende beroepen waarvan de tijd niet meetelt in de afleiding. Voor de volledigheid merken we op dat de HBO-pedagoog en de ervaringsdeskundige niet meetellen in de productafleiding. De ondersteunende beroepen zijn voor 2018 ingedeeld naar de bestaande beroepenclusters (en daarmee toegevoegd
aan de beroepentabel). Daarnaast is er een kolom in de beroepentabel waarin per beroep wordt aangegeven of de tijdsbesteding wel of niet meetelt in de productafleiding. Via een categorie ‘overige’ wordt het binnen verschillende beroepenclusters voortaan ook voor andere (nieuwe) beroepen mogelijk om de behandelinzet te registeren. Hiermee vervalt de bestaande aanvraagprocedure voor opname op de beroepentabel. De beleidsregel toetsingskader dbc-systeem is hier op aangepast. Deze wijziging zal vanwege de release 2019 al per 1 juli 2017 ingaan.”Zie voor verdere informatie over de regelgeving en de beroepentabel de website van de NZa: https://www.nza.nl/1048076/1048133/NR_REG_1803__Gespecialiseerde_ggz.pdfWat betekent dit nu voor de PDW’er? Voor zover wij uit de berichtgeving begrijpen zal de PDW functie tot 2020 niet direct declarabel worden voor GGZ instellingen, en blijven we vergoed worden vanuit de opslag voor de tijdschrijvende beroepen, de zogenaamde ‘overhead’. GGZ instellingen krijgen dus extra geld om onder andere de PDW’er van te betalen. Alleen zullen veel GGZ instellingen andere keuzes maken vanuit bezuinigingsoverwegingen, en zullen zij ervoor kiezen tijdschrijvende beroepen in te zetten op de PDW functie. Dit levert op de korte termijn meer inkomsten op voor de instellingen. Het is voor ons zeer teleurstellend dat de NZa er wél voor gekozen heeft de beroepentabel aan te passen, maar de tijd van de PDW’er niet af te leiden naar de DBC. Wel kan de NZa op deze manier onderzoek doen naar de nieuwe tijdschrijvende beroepen, zodat deze in het nieuwe bekostigingsmodel in 2020 wel goed meegenomen kunnen worden. Mits PDW’ers vanuit hun instellingen tijdschrijven onder hun eigen functienaam. Het bestuur van de VVP maakt zich echter grote zorgen over deze ontwikkeling, omdat er straks in het werkveld maar weinig PDW’ers over zijn, of dat deze tijdschrijven onder een andere functienaam, zodat het onderzoek geen goed beeld zal geven van het werkveld zoals dat was voor de DBC financiering. Wij zullen de NZa hierover berichten, en hen nadrukkelijk verzoeken de PDW’er in 2020 weer bestaansrecht te geven. Tot die tijd zullen wij blijven lobbyen, en de kwaliteit van de PDW’er voor het werkveld blijven benadrukken.Namens het bestuur van de VVP,
Jenneken Hasper
Bestuurslid Belangenbehartiging